Wie niet nadenkt over de toekomst, zal er nooit één hebben!

De vier coachstijlen


Er wordt onderscheid gemaakt tussen 4 coachstijlen. Alle coachstijlen komen in elke leeftijdsgroep voor, alleen is elke stijl meer afgestemd op een bepaalde leeftijd en zijn ontwikkelingsproces.

1. Aangeven

Spelers krijgen hierin de meeste “ademruimte”. De trainer geeft de spelers wel prikkels, maar laat daarna heel veel ruimte aan de spelers. De spelertjes kunnen uitgebreid ontdekken wat ze wel of niet kunnen. De noodzakelijke bewegingsruimte komt voor de spelers niet in het gedrang, waardoor de spelers zijn eigenheid verder kan ontplooien. Dit geldt vooral voor F- en E-pupillen.

2. Aanbieden

De trainer gaat spelers verschillende mogelijkheden aanbieden. De speler wordt hierdoor niets opgelegd, maar kan alsnog kiezen uit een aantal mogelijkheden. Dit geldt vooral voor D-pupillen en C-junioren.

3. Corrigeren

De trainer laat de speler zijn keuze maken. Is deze keuze niet goed, dan is het aan de trainer om de speler hierin te corrigeren. Dit geldt voor de B-junioren, want de speler is in zijn ontwikkeling zo ver dat hij weet wat wel en niet goed is.

4. Opleggen

De trainer geeft gerichte opdrachten mee aan de spelers. De taken die het team of de speler(s) meekrijgen staan ten dienste van het collectief. A-junioren moeten zich bewust worden van hun verantwoordelijkheden richting teamgenoten.


VEEL VOORKOMENDE (FOUTIEVE) COACHING

Na de vier coachstijlen kort toe te hebben gelicht geven we een aantal voorbeelden over de coaching in een wedstrijd. Er worden een aantal voorbeelden gegeven over coachopmerkingen die we vaak langs de kant horen, maar waarbij we onze vraagtekens moeten zetten over het effect en nut van die opmerkingen.

1. ‘Speel de bal af’ – ‘Naar links spelen’ – ‘Speel die bal door het centrum’

Deze kreten horen in de categorie ‘voorcoachen’ en komt vaak voor bij trainers die emotioneel te betrokken zijn bij de wedstrijd. De spelers worden door de trainer gebruikt als een ‘joystick’. De spelers moeten uitvoeren wat de trainer zegt. Deze manier van coachen is niet goed voor de ontwikkeling van jeugdspelers; spelers hebben geen enkele vrijheid om initiatief te nemen en zelf keuzes te maken. Deze manier van coachen is absoluut te vermijden!

2. ‘Hoe is het nu mogelijk dat je die kans laat liggen?’ – ‘Wat een dom balverlies’ – ‘Kom nou eens op'

Deze coachmomenten zijn vrij negatief. De uitspraken zijn niet echt een steun voor het zelfvertrouwen. Het wil niet zeggen dat deze kreten nooit kunnen, maar teveel van deze opmerkingen zijn dodelijk voor het zelfvertrouwen, plezier en initiatief van een speler. Deze uitspraken komen vaak voor bij trainers die jeugdvoetbal zien als seniorenvoetbal.

3. ‘Kom op’ – ‘Blijven voetballen’ – ‘Blijf erin geloven’ – ‘Speel eens wat scherper’

Deze coachopmerkingen hebben helemaal geen enkele inhoud. Ze behoren tot de categorie ‘losse flodders’. Deze opmerkingen hoor je het vaakst langs het veld maar hebben het minst negatieve effect op de spelers; ze worden er weinig of niet door beïnvloed. Deze opmerkingen zie je vaak bij trainers en leiders die even niet goed weten hoe het ontstane voetbalprobleem opgelost moet worden.

4. ‘Speel die bal’ – ‘Loskomen Niek’ – ‘Ga iets naar binnen’ – ‘Kom op’ – ‘Keeper ga wat verder staan’ – ‘Schieten, schieten’

De laatste categorie trainers coacht de hele wedstrijd aan één stuk door. Elke actie wordt voorgekauwd door de trainer. Door deze wijze van coachen staan de spelers onder constante druk en dat komt niet ten goede van het zelfvertrouwen en plezier van de spelers. Daarnaast gaat de inhoud die de trainer in zijn opmerkingen aan de speler door wil geven verloren in de zee van aanwijzingen. Spelers herkennen niet meer wat belangrijk is en weten niet meer wat ze van de trainer moeten doen. Deze manier van coachen is absoluut te vermijden!

Deze voorbeelden zijn heel erg herkenbaar en gebeuren wekelijks op alle niveaus. Veel van deze opmerkingen worden echter ook gemaakt door ouders die aan de kant staan. Daarom is het van essentieel belang dat de leiding richting de ouders duidelijk maakt dat de coaching van het team alleen door de trainers gebeurt.