Wie niet nadenkt over de toekomst, zal er nooit één hebben!
Inlenen spelers

Nadat de definitieve selecties zijn bekend gemaakt gaan de debetreffende trainer/coaches aan de slag in het nieuwe seizoen. Elke trainer/coach zal gedurende het seizoen worden geconfronteerd met de afwezigheid van spelers (door studie, werk, catechisatie, vakantie, etc.) of het niet inzetbaar zijn van spelers (meestal door blessures). In de meeste gevallen zal een trainer/coach in staat zijn om de afwezigheid of niet inzetbaarheid van spelers op te vangen binnen de eigen selectie, zowel kwantitatief (voldoende spelers) als kwalitief (spelers met de gewenste capaciteiten). Daarbij dient gekeken te worden naar de korte termijn (eerst komende wedstrijd) en de lange termijn (komende wedstrijden, indien het wegvallen van spelers van langdurige aard is). In de gevallen waar een trainer/coach niet in staat is om het wegvallen van spelers op te vangen binnen de eigen selectie, is deze pagina van het jeugdplan van kracht


D- T/M A-JEUGD


Selectieteams
Bij de standaardteams moeten altijd minimaal twee fitte wissels mee. De trainer is verantwoordelijk voor een tijdig inzicht van zijn selectie voor de wedstrijddag. Bij een eventueel spelerstekort wordt in eerste instantie getracht dat trainer/coaches onderling tot een oplossing komen. In het geval dat de trainer/coaches er onderling niet uitkomen wordt de coördinator leeftijdsgroep ingeschakeld, waarbij deze uiteindelijk bepaalt welke beslissing genomen wordt.

De trainer/coach van een desbetreffende selectie dient bij het lenen van spelers de volgende punten in acht te nemen:

  • Essentieel is het vroegtijdig signaleren van (langdurige) afwezigheid van spelers.
  • De trainer/coach analyseert vervolgens de kern van het probleem; welke spelers mis ik, hoe kan ik dit gemis intern opvangen en welke spelers heb ik dan nodig? In eerste instantie worden de opengevallen posities dus ingevuld door de eigen 'wisselspelers'. Het kan dus in principe niet zo zijn, dat een speler van een ander elftal overkomt en dat een eigen speler als wissel wordt gebruikt, tenzij er een gegronde reden is.
  • De trainer/coach dient bij zijn analyse vooral te kijken naar de invloed van de afwezigheid van spelers op zijn formatie en speelwijze, zoals vastgesteld in het jeugdplan. De trainer/coach dient dus vooral te kijken naar de opengevallen positie(s) (het invullen van een naam bij de opengevallen positie volgt later).
  • De prioriteit binnen de jeugd van V.V. Den Ham is vastgesteld van hoog naar laag (dus van A1 naar B1, naar C1, etc.) en vervolgens van standaardteam naar schaduwteam (van A1 naar A2, etc.).
  • De trainer/coach van het standaardteam dient in eerste instantie zijn selectie aan te vullen met spelers uit het schaduwteam van de eigen leeftijdscategorie. (bijv. A1 leent van A2). Tenzij er een beroep kan worden gedaan op een speler uit een lager standaardteam die eerst bij zijn eigen groep speelt en vervolgens aansluit.
  • Indien er problemen zijn bij meerdere selecties, kan de trainer/coach overleg plegen met de trainer/coach van het standaardteam van leeftijdscategorie onder hem (bijvoorbeeld; A1 leent van B1).
  • Indien een speler uit een lagere groep dient over te komen naar een hogere groep, is dit te allen tijde een 2e jaars. Verder wil dit niet automatisch zeggen dat deze speler uitkomt voor het standaardteam. Een speler uit een lagere leeftijdscategorie (bijv. een 2e jaars C1 speler) zou kunnen uitkomen voor B2, waardoor voor B2 de mogelijkheid wordt gecreëerd om een speler door te schuiven naar B1, waardoor de kern van het probleem (in dit voorbeeld: B1 komt een speler tekort) wordt opgelost. In alle gevallen dienen de trainer/coaches van de standaardteams de jeugdcoördinator leeftijdsgroep op de hoogte te stellen van het uitwisselen van spelers.
  • In het geval dat trainer/coaches er onderling niet uitkomen, dient de situatie vroegtijdig (uiterlijk de donderdag voorafgaand aan de zaterdag) te worden voorgelegd aan de coördinator leeftijdsgroep. De coördinator bepaalt uiteindelijk welke beslissing er genomen wordt en communiceert dit met de coördinator leeftijdsgroep.
Niet selectieteams
Indien een trainer bij een competitiewedstrijd een tekort aan spelers heeft, neemt hij contact op met een andere leider uit dezelfde leeftijdscategorie en ´leent´ daar een speler(s). Komen de leiders er onderling niet uit, dan nemen zo contact op met de coördinator leeftijdscategorie. Indien er binnen die eigen categorie geen spelers beschikbaar zijn, dan neemt de coördinator contact op met de coördinator van de lagere leeftijdscategorie om van daaruit alsnog het tekort aan spelers op te lossen.