Wie niet nadenkt over de toekomst, zal er nooit één hebben!
Leerdoelen aanvallen
Op deze pagina worden de taken per positie voor de teamfunctie "Aanvallen" aan de orde gesteld. Deze hebben we verdeeld in de teamtaken 'Opbouwen' (O) en 'Scoren' (S). Ook zijn er punten die betrekking hebben op beide (B) teamtaken.

KEEPER (1)
  1. Opbouwen via verdedigers. Hierbij de vrije ruimte leren herkennen door het spel te verplaatsen.
  2. Aandacht bij het spel houden wanneer het team in aanvallende stelling is.
Vanaf de E-pupillen
  1. Terugspeelballen zo min mogelijk met de handen pakken.

 CENTRALE VERDEDIGER (3)
  1. Proberen aanspelen van één van de drie aanvallers. Diepte voor breedte. Een breedtebal kan prima uitkomst bieden om daarna diep te spelen, maar als er direct diep gespeeld kan worden, willen we dat liever zien.
  2. Wanneer er ruimte is, zelf de bal indribbelen. Hiermee stimuleer je spelers zelf met een oplossing te komen, op het moment dat ze door de tegenstander onder druk worden gezet.
Vanaf de E-pupillen
  1. Moment van herkennen van doorschuiven naar het middenveld.
  2. Leren om 360° te spelen. Opendraaien naar vrije ruimte, aannemen met buitenste been.

 VLEUGELVERDEDIGERS (2) EN (5)
  1. Meedoen in de opbouw. Helpen van de keeper door aanspeelbaar te zijn.
  2. Proberen aanspelen van één van de drie aanvallers. Diepte voor breedte.
  3. Helpen met aanvallen en durven acties te maken (zowel met als zonder bal) langs de zijlijn.

 VLEUGAANVALLERS (7) EN (11)
  1. Altijd aanspeelbaar zijn voor de verdedigers, zo worden ze geholpen bij de opbouw. Dus ondanks dat er nog geen buitenspelregel wordt gehanteerd mogen onze aanvallers zich niet verstoppen achter de verdediger van de tegenpartij.
  2. Altijd durven aanbieden en acties maken, initiatief en voetbalbrutaliteit stimuleren. De baas worden in 1 tegen 1 duels. Hierbij is de eerste aanname (met het buitenste been, gericht op de goal van de tegenstander) van groot belang.
  3. Doelpunten maken, positie kiezen voor het doel bij voorzetten van de andere kant.
  4. Veld in eerste instantie breed houden, maar dit mag nooit ten koste gaan van de bewegingsvrijheid van deze speler. Dus altijd stimuleren om aan te bieden, in de bal te komen en op het juiste moment voor de diepte te kiezen.

CENTRALE AANVALLER (9)
  1. Altijd aanspeelbaar zijn voor de verdedigers, zo worden ze geholpen bij de opbouw. Dus ondanks dat er nog geen buitenspelregel wordt gehanteerd mogen onze aanvallers zich niet verstoppen achter de verdediger van de tegenpartij.
  2. Doelpunten maken, stimuleren om te schieten op goal (met beide benen!)
  3. Altijd durven aanbieden en acties maken, initiatief en voetbalbrutaliteit stimuleren. De baas worden in 1 tegen 1 duels.
Vanaf de E-pupillen
  1. Aanspeelbaar zijn in de diepte. Hierdoor kan de spits de combinatie zoeken met de vleugelaanvallers of inschuivende verdedigers.