Wie niet nadenkt over de toekomst, zal er nooit één hebben!

Het coachen van de wedstrijd


Het coachen van jeugdspelers is een lastige taak. Je hebt als trainer zijnde te maken met verschillende karakters en belangen in een team. Die diversiteit schetst de complexe taak van de trainer. Wat bij V.V. Den Ham in ieder geval de insteek moet zijn is het ontwikkelen van de kinderen en spelers. Zij moeten het voetballen nog leren en maken daarbij (gelukkig) fouten om van te leren.


F- EN E-PUPILLEN


Voor de wedstrijd:
  • Geef heel erg kort weer wie op welke positie speelt en wat hij/zij daar moet doen.
  • Visualiseer. Doe het bijv. in de kleedkamer met pionnen of bekertjes op de grond.
  • Vraag aan spelers wat hij/zij op een bepaalde positie moet doen.
  • Houdt het heel kort (5 min.), duidelijk en herkenbaar.
Tijdens de wedstrijd:
  • Neem een positieve houding aan bij de jongste spelers, dit is belangrijk voor de sfeer en het vertrouwen van deze spelertjes;
  • Moedig voornamelijk aan en stimuleer om initiatief te nemen, fouten mogen gemaakt worden.
  • Geef in het veld weinig aanwijzingen, gebruik een wissel om een speler tips te geven (“je deed het net goed, maar hoe zou je het straks misschien nóg beter kunnen doen?”)
  • Coachopmerkingen moeten begrijpbaar zijn voor kinderen (kom dus niet ineens aan met bijv. zonedekking, kantelen, etc.)
  • Laat de scheidsrechter in zijn/haar waarde, de coach heeft een voorbeeldfunctie.
Tijdens de rust:
  • De rust is het moment voor de spelers om even op adem te komen en water/ranja te drinken.
  • Vraag wat zij zelf van de eerste helft vonden.
  • Geef hooguit drie korte tips en aanwijzingen voor de tweede helft.
  • De rust is het enige echte moment van de trainer om spelers, en dus de wedstrijd, te beïnvloeden.
Na afloop van de wedstrijd:
  • Zorg voor een positieve noot (‘we hebben 5-1 verloren, maar jullie hebben de tweede helft echt heel goed jullie best gedaan’)
  • Beperk de nabespreking na de wedstrijd tot één (positieve) opmerking.

D-PUPILLEN EN C-JUNIOREN


Voor de wedstrijd:
  • Houdt een korte bespreking waarbij je gebruik maakt van een bord om situaties te kunnen visualiseren.
  • Kom tijdens de bespreking terug op de inhoud van de training van de afgelopen week (herkenbaar voor spelers).
  • Laat spelers zelf aan het woord, vraag hoe ze een bepaalde situatie moeten oplossen.
Tijdens de wedstrijd:
  • Neem een positieve houding, de spelers moeten een veilig gevoel hebben waardoor ze initiatief durven te nemen en fouten gemaakt mogen worden.
  • Moedig spelers aan om datgene wat ze hebben geleerd ook uit te voeren.
  • Door de omvang van het veld is het verstandig om spelers niet schreeuwend te bereiken (komt negatief over), maar benader de speler tijdens bijv. een blessurebehandeling rustig.
  • Laat de scheidsrechter in zijn/haar waarde, de coach is de voorbeeldfunctie.
Tijdens de rust:
  • De rust is het moment voor de spelers om even op adem te komen en ranja/thee te drinken.
  • Vraag wat zij zelf van de eerste helft vonden.
  • Vraag bij een voetbalprobleem aan spelers hou zij dat zouden moeten oplossen.
  • Geef hooguit drie korte tips en aanwijzingen voor de tweede helft.
  • Gebruik ook hier een bord om bedoelingen te kunnen visualiseren.
  • De rust is het enige echte moment van de trainer om spelers, en dus de wedstrijd, te beïnvloeden.
Na afloop van de wedstrijd:
  • Zorg voor een positieve noot (‘in de tweede helft deden jullie precies wat er in de rust is aangegeven’).
  • Beperk de nabespreking na de wedstrijd tot hooguit één opmerking. Voorkom discussies gevoed door emoties.
  • Kom op de eerstvolgende training terug op de wedstrijd. Laat ook hierin de spelers veel aan het woord om de mening te kunnen geven.

B- EN A-JUNIOREN


Voor de wedstrijd:
  • Laat in de bespreking zien wat de trainer vandaag verlangt van zijn/haar spelers.
  • Geef taken en aanwijzingen mee voor individuele spelers, maar ook voor een bepaalde linie.
  • Betrek hen zoveel mogelijk in het verhaal, laat ze zelf nadenken over de taak en positie in het team.
  • Kom terug op de inhoud van de trainingen in de afgelopen week (herkenbaar voor spelers).
Tijdens de wedstrijd:
  • Laat het spel vooral over aan de spelers, zij maken bewust een eigen keuze.
  • Geef problemen aan, maar laat ze dit in het veld zelf oplossen.
  • Maak een aantal spelers verantwoordelijk voor de gang van zaken in het veld.
  • Wees kritisch op de spelersgroep, er mogen langzamerhand eisen worden gesteld aan het functioneren.
Tijdens de rust:
  • Bespreek de aandachtspunten van de wedstrijdbespreking.
  • Laat spelers hun mening geven, maar geef als trainer ook duidelijk jouw visie.
  • Voorkom emotionele discussies.
  • Geef enkele duidelijke tips en aanwijzingen mee voor de tweede helft.
Na afloop van de wedstrijd:
  • Voorkom emotionele spanningen en discussie na de wedstrijd, geef daarom kort jouw mening maar val spelers niet aan.
  • Tijdens het nazitten moet de trainer persoonlijke meningen vragen, ga individueel met spelers in overleg en kom erachter wat er leeft in de spelersgroep.
  • De wedstrijdbespreking vormt een wezenlijk onderdeel van de training. Laat spelers nadenken over het verloop van de wedstrijd en met mogelijke oplossingen komen.